11 februari 2012 PDF Print E-mail

Confucianisme als nieuw, nu ook mondiaal, ideaal?
- Drs. Hendrik Schulte Nordholt

Geen enkele filosoof heeft grotere invloed uitgeoefend op het Chinese denken dan de rond 500 VC levende Kong Fuzi (Confucius). Keizer en ambtenaren namen zijn leer als leidraad voor het juiste bestuur, de kinderen van het enorme land werden opgevoed met confucianistische waarden als gehoorzaamheid, medemenselijkheid en oprechtheid. Met de val in 1911 van het Chinese keizerrijk kwam er een einde aan de dominantie van de oude meester. De Republiek China die regeerde van 1911 tot 1949 experimenteerde (onsuccesvol) met democratie, de Volksrepubliek China omarmde het Marxisme. Beide experimenten faalden.
Het gevolg is dat China ondanks zijn sterk toegenomen welvaart in een ideologisch vacuüm terecht is gekomen, ten prooi is gevallen aan een collectieve richtingloosheid. In de spirituele woestenij van het moderne China maakt het Confucianisme een spectaculaire comeback. In het onderwijs, de politiek, en als onderwerp van steeds levendiger wordende praatprogramma’s op radio, TV en internet. Ook in het buitenlands beleid wint het denken van de oude meester aan kracht. China zet zich in – zo luidt de officiële lijn – voor een ‘harmonische wereldorde’, wat erg lijkt op de rol die de confucianistische keizers zich aanmaten: het scheppen van harmonie in de chaos van de wereld. Over het nieuwe jasje van dit oude denken zal sinoloog en ondernemer Hendrik Schulte Nordholt een lezing geven.

Om 15.00 uur wordt - na een inleiding door Dr. Hein van Dongen - "Wat denkt China" vertoond. Deze aflevering uit de serie "Ongekend China" handelt over de enorme herwaardering van de eigen cultuur en traditie in China, nadat het jarenlang het Westerse verlichtingsdenken heeft omarmd als wereldstandaard.
Er komt o.a. een interview met de Chinese filosoof en confucianist Tu Weiming in voor.
Weiming is hoogleraar Filosofie aan de Universiteit van Peking, waar hij ook hoofd is van het Institute for Advanced Humanistic Studies. Daarnaast heeft hij een fellowship als Research Professor en Senior Fellow aan het Asia Center op Harvard.
Hij is expert op het gebied van het confucianisme en de moderne variant daarvan, het neo-confucianisme. Hij is een voorstander van het idee om van China een “cultureel China” te maken. Met “cultureel China” bedoelt Weiming dat het gaat om het begrijpen wat het betekent om Chinees te zijn in een wereldwijde context. Hij houdt zich bezig met studies over de moderne transformatie van het confucianisme en het interpreteren van het confucianisme als spirituele praktijk.